Joomla Slide Menu by DART Creations
Home Obalo visie
vergroot/verklein
Increase Font Size Reset Font Size Decrease Font Size
visie 2

De mens staat centraal in de hem omringende wereld en is daar onlosmakelijk mee verbonden. De leefwereld van de mens, en dus het kind, bestaat voor een groot deel uit het omgaan met anderen en uit de eigen lichamelijkheid. Het beschrijven van deze factoren gebeurt met het doel de intenties van het gedrag van het kind te achterhalen en daarmee te kunnen begrijpen wat het kind nodig heeft om de problemen te verminderen.
Een kind is zoals hij is door factoren die in hem zitten en door factoren in de wereld om hem heen. “De wereld” is alles waar je je als mens bewust van bent en waaraan we eigenschappen toekennen. De wereld is niet alleen om de mens heen, maar de mens maakt er deel van uit, heeft er een relatie mee en richt zich ernaar.
zintuigenHet verzamelen alleen van losse kind- en omgevingsfactoren die van invloed zouden kunnen zijn op het probleem is dus niet zinvol: een onderzoek moet erop gericht zijn om het totale kind en diens leefwereld zo goed mogelijk te beschrijven zodat duidelijk wordt hoe dit kind de wereld beleeft én om te begrijpen waarmee het kind in zijn ontwikkeling geholpen zou kunnen worden.
De fenomenologische basishouding houdt in dat het kind en zijn beleving van de wereld centraal staat in de diagnostiek en de begeleiding. De omgeving speelt daarbij een rol, omdat dit de wijze waarop het kind de wereld ervaart beïnvloedt en omdat in de omgeving aanpassingen nodig zijn om het kind het (leer-) gedrag te verbeteren.
Alles wat verteld kan worden over het kind, door ouders, school of hemzelf, is dan ook relevant, want daarmee is door de diagnosticus een beeld te vormen van hoe het kind in de wereld staat, deze ervaart en de informatie uit die omringende wereld verwerft en verwerkt en tevens wat het is dat betrokkenheid van het kind veroorzaakt. Het is dan ook niet verstandig om de op te vragen informatie te beperken tot gegevens over het probleemgebied van het kind. In alle gevallen, zowel bij een pedagogisch-didactisch als bij een psychodiagnostisch onderzoek, is het noodzakelijk om in de verstrekte informatie te zoeken naar gebiedsoverschrijdende verbanden.
Naast het schetsen van de beleving van de wereld door het kind is het nodig om de onderwijsleersituatie te beschrijven. Hierdoor kan worden ingeschat welke aanpassingen in deze omgeving kunnen of zouden moeten worden gedaan zodat het kind zich daarin beter kan ontwikkelen. Er spelen in deze omgeving pedagogische, didactische en organisatorische aspecten en hiernaar wordt dan ook expliciet gevraagd.
Een omschrijving van de probleemgeschiedenis zorgt enerzijds voor een mogelijke inschatting van de ernst van de problematiek, maar anderzijds vooral om een indruk te krijgen van de wijze waarop al is getracht om de omgeving aan te passen aan het kind en de effecten daarvan. De probleemgeschiedenis kan worden beschreven door de leerkracht of geschetst aan de hand van toetsscores, schoolrapporten en handelingsplannen. Hierdoor ontstaat een indruk van de tijd dat het kind op dit gebied of andere gebieden al problemen had, de hoeveelheid energie er op school in is gestoken om de problemen te verminderen en de organisatorische mogelijkheden ten aanzien van individuele hulp op school.

 

Het uiteindelijke doel van de begeleiding van kinderen met leerproblemen is niet het foutloos rekenen of schrijven in een toets of een bepaalde hoeveelheid woorden binnen een minuut kunnen lezen. Deze toetsen zijn hulpmiddelen om te kunnen vaststellen hoeveel vooruitgang er is te zien. Waar het om gaat is het kunnen gebruiken van de vaardigheden in situaties waarin het kind dagelijks verkeert. Dat betekent dat alles wat geoefend wordt ook functioneel gemaakt wordt voor het kind. De websites die Obalo-leerlingen hebben gemaakt, zijn daarvan belangrijke voorbeelden. Maar ook het oefenen met een tekst die geleerd moet worden voor een proefwerk, het lezen van moppen, of het uitrekenen van maten voor een knutselwerkje. Hierbij is het de bedoeling zo veel mogelijk aan te sluiten bij de belevingswereld en interesse van het kind.
Taal- en rekenspelletjes zijn goed bruikbaar voor de automatisering van woorden en sommen en helpen de motivatie van het kind te behouden.

Onze werkwijze zou "eclectisch" en "pragmatisch" genoemd kunnen worden. Dit betekent
a. dat we op de hoogte zijn van de nieuwste (wetenschappelijke) inzichten in de effecten van veel werkwijzen en technieken en
b. dat we juist die technieken en werkwijzen hanteren die het kind op dit moment het meest nodig heeft.
Het kan bijvoorbeeld goed zijn dat een kind die lastige letters wel onthoudt als ze worden geschreven in zand, of met klei. Of helpt het springen op een denkbeeldige getallenlijn bij het rekenen. We halen letterlijk en figuurlijk alles uit de kast om te zorgen dat we uw kind de beste begeleiding geven.